Met HFO (kun je) supersnel naar een GWP van bijna nul. Door de F-Gassenverordening die met ingang van 1 januari 2015 van kracht is geworden en die moet leiden tot een reductie en gebruiksbeperking van HFK’s, wordt de hele industrie uitgedaagd om over te schakelen op een nieuwe generatie koudemiddelen, die niet alleen vriendelijk zijn voor de ozonlaag , maar óók een beperkt effect hebben op de opwarming van de aarde. Carrier gaat met HFO actief deze uitdaging aan.

De uitdaging van klimaatverandering

Tientallen jaren lang heeft de industrie vertrouwd op chloorfluorkoolstof (CFK) als koudemiddel omdat het energiezuinig, veilig en economisch was. In de jaren ‘70 en ‘80 ontdekten wetenschappers echter dat het chloor in de CFK’s bijdroegen tot de afbraak van de stratosferische ozonlaag rond de aarde die de schadelijke ultraviolette straling van de zon tegenhoudt. Het Montreal protocol werd ingezet en is wereldwijd nog steeds van toepassing. Het doel van het Verdrag van Kyoto van 1997 was om de uitstoot van zes broeikasgassen, waaronder de gefluoreerde gassen, of F-Gassen, te beperken met inbegrip van de fluorkoolwaterstoffen (HFK’s) die als vervanger voor CFK’s als koudemiddel worden gebruikt. F-Gassen beschadigen de ozonlaag niet, maar ze spelen wel een rol bij de opwarming van de aarde. Carrier heeft niet gewacht op een internationaal mandaat om actie te ondernemen. In 1994 introduceerden we de eerste commerciële en residentiële airconditioningsystemen die gebruik maakten van niet-ozonafbrekende stoffen. Vandaag blijven we  de internationale markten ondersteunen om aan de nieuwe niet-ozonafbrekende vereisten te voldoen, zonder de volgende stap in de evolutie van de koudemiddelen uit het oog te verliezen, namelijk het verminderen van het rechtstreekse broeikasgaseffect.

De huidige HFK koudemiddelen hebben in vergelijking met CFK’s een direct  broeikaseffect tot wel 80 procent minder. Ondanks dat er geen specifieke verbodsbepalingen op vloeistofkoelmachines en warmtepompen zijn die R134a, R407C en R410A koudemiddelen gebruiken, is het streven van Carrier om klimaatsystemen toe te passen met een zeer laag Global Warming Potential. Door minimalisatie van de hoeveelheid koudemiddel en door het beschikbaar maken van HFO.

Voor de HFK-afbouw is vanuit Europa gekozen voor een stap-voor-stap aanpak: de hoeveelheid HFK's die op de markt worden gebracht, wordt geleidelijk aan verminderd aan de hand van quota's opgelegd door de Europese Commissie aan producenten en importeurs van HFK's in bulk, en aan importeurs van HFK's in voorgevulde apparaten. Door deze wettelijke afbouw zal het HFK-verbruik sterk verminderen tegen 2030. Daarnaast is er meer onzekerheid over de prijsontwikkeling van HFK koudemiddelen vanwege mogelijke  schaarste die wellicht zal ontstaan en een eventuele belastingdruk op deze koudemiddelen zoals in enkele Europese landen wel al is doorgevoerd.

In de nieuwe F-Gassenverordening wordt niet meer gesproken over koudemiddelhoeveelheden in kilogram, maar in tonnen CO₂ equivalent. De hoeveelheid tonnen CO₂ equivalent wordt berekend door de GWP factor van een koudemiddel te vermenigvuldigen met de absolute hoeveelheid. De internationaal gebruikte afkorting “GWP” staat voor Global Warming Potential (aardopwarmingsvermogen) en is een aanduiding voor de mate waarin een broeikasgas kan bijdragen aan klimaatverwarming. Het is een relatieve maat die het aardopwarmingsvermogen van een broeikasgas aangeeft vergeleken met dat van koolstofdioxide CO₂. Voorbeeld: De GWP factor van R134a is 1430, lekkage van 1 kg R134a komt overeen met een uitstoot van 1,430 ton CO₂.

Belangrijkste maatregelen van de F-gassenverordening:

  • De kern van de F-gassenverordening is een geleidelijke afbouw van het op de markt brengen van HFK koudemiddelen. De afbouw in CO₂ equivalente tonnen van 100% in 2015 naar 21% in 2030.
  • Er wordt een quotasysteem ingevoerd waarbij importeurs/fabrikanten quota krijgen toegewezen op basis van de hoeveelheden HFK’s die zij tussen 2009 en 2012 op de markt hebben gebracht. Deze quota zijn gebaseerd op tonnen CO₂ equivalent en worden tot 2030 volgens een terugfaseringschema naar beneden bijgesteld. HFK koudemiddelen mogen alleen worden verkocht aan en ingekocht door gecertificeerde bedrijven.
  • In de F-gassenverordening zijn een aantal nieuwbouw verboden en beperkingen opgenomen. Deze maatregelen hebben betrekking op de hoogte van GWP factor van de toe te passen koudemiddelen. (Voor de apparatuur die Carrier levert heeft dit geen consequenties)
  • Per 1 januari 2020 geldt er een bijvulverbod met nieuw geproduceerd HFK-koudemiddel met een GWP > 2500. Bijvullen met gerecycled HFK-koudemiddel met een GWP > 2500 is toegestaan tot 1 januari 2030.
  • De frequentie van de lekcontroles wordt per 1 januari 2015 niet meer bepaald door de koudemiddelinhoud in kg, maar door de inhoud in CO₂ equivalent.
  • Er is en komt geen verbod op het gebruik van R410A, R134a en R407C.
  • Er is geen financiële toeslag op HFK’s die importeurs / leveranciers moeten afdragen aan de Europese Commissie en er is vooralsnog geen sprake van belastingheffing op Nationaal niveau. Er zijn overigens wel Europese landen die een belastingmaatregel op het gebruik van HFK’s hebben ingevoerd.
  • Met lekcontroles wordt er aan de wetgeving voldaan; het zegt echter niets over de daadwerkelijke onderhoudsbehoefte.

Een minimale CO₂ voetafdruk

De hoeveelheid koudemiddel met kans op vrijkomen bij lekkage en het energieverbruik zijn de twee belangrijkste factoren die bijdragen tot de CO₂-voetafdruk van klimaatinstallaties, koelmachines en warmtepompen. Carrier heeft door toepassing van de in 2006 geïntroduceerde technologie van microkanaalwarmtewisselaars (MCHE), de hoeveelheid koudemiddel in kant en klare koelmachines/ warmtepompen met meer dan 50 % gereduceerd versus een traditionele Cu/AL (koper/aluminium) batterij. Tevens biedt de nieuwe generatie warmtewisselaars een hoger thermisch rendement, grotere efficiëntie en minder luchtdrukverlies ten opzichte van Cu/Al batterij*. Hiernaast zijn klimaatconcepten op basis van VWF een belangrijke stap in het verminderen van de hoeveelheden koudemiddel. Naast het vermindering van circulerende koudemiddelhoeveelheden door het gebouw is er minder kans op ongecontroleerde lekkages.

De laatste jaren heeft Carrier gewerkt aan het selecteren van het juiste koudemiddel voor de toekomst en heeft het voortouw genomen door de volgende generatie koudemiddelen bij luchtgekoelde en watergekoelde schroefkoelmachines te introduceren. Bij de koudemiddeltoepassing geldt dat milieu, veiligheid, efficiency en kosten allemaal punten zijn die leiden naar een weloverwogen keuze voor het juiste type koudemiddel. Een nieuwe reeks op maat gemaakte oplossingen waarbij het HFO1234ze geen effect heeft op de ozonlaag met  een GWP van 1.

Dat er nieuwe technologie noodzakelijk is om het verminderde rendement op te vangen, is belangrijk want nog altijd wordt 98% van het totale broeikaseffect bepaald door het energieverbruik. Hiernaast zien we ook dat de nieuwe middelen licht ontvlambaar kunnen zijn. Aanpassingen van de technische ruimte op deze eigenschap zal worden opgenomen in de NEN 378. Het wil dan ook niet zeggen, dat HFO het nieuwe toverwoord is voor elke toepassing. Bijvoorbeeld kleinere zeer efficiënte koelmachines vaak voorzien van scrollcompressoren, platenwarmtewisselaars en een MCHX bevatten zo weinig HFK-koudemiddel dat het overgaan naar een nieuw type koudemiddel (R32 heeft een GWP van circa 600 en is wederom licht ontvlambaar) minder noodzakelijk is. Carrier zal steeds de juiste koudemiddel-oplossing aanbieden voor elke toepassing, maar elke toepassing zal niet noodzakelijk dezelfde koudemiddel-oplossing gebruiken.
Meer informatie over HFO kijk op www.carrier.be/hfo