Met een toenemende verstedelijking stijgt ook het aantal bewoners van appartementen. Volgens de regels van de ruimtelijke planning draagt het bij tot een beter gebruik van de ruimte maar hoe zit het met de impact op de productie van groene energie. De vraag klinkt misschien raar maar formuleer ze even anders: hoe vaak zag je al zonnepanelen liggen op het dak van een appartement? Niet vaak dus! Hoe komt dat toch?

Technische regelgeving

Het plaatsen van zonnepanelen op het dak van een appartement is op zich geen probleem, de vraag is alleen, hoe verbind je die panelen met de verbruikers van die elektriciteit in het appartementsgebouw? Sinds 2011 moet iedere eigenaar van een individuele wooneenheid in een appartementsgebouw beschikken over een eigen toegangspunt tot het elektriciteitsdistributienet. Het is echter niet toegestaan om de zonnepanelen aan te sluiten op die verschillende toegangspunten want de reglementering ( Artikel III.5.1.3 van het Technisch Reglement Distributie Elektriciteit (TRDE)) verbiedt dat: "Installaties gelegen achter verschillende toegangspunten mogen zonder expliciete toestemming van de distributienetbeheerder op geen enkele manier met elkaar verbonden worden". Om zo'n expliciete toestemming toch te krijgen zou een bijzonder complexe en dure installatie met wisselkoppelingen nodig zijn. Dat is dus geen optie.

Het is natuurlijk ook mogelijk om de zonnepanelen op de gemeenschappelijke teller aan te sluiten maar op die manier kan de lokale consumptie door de bewoners niet gestimuleerd worden. Enkel de elektriciteit voor de gemene delen zou dan rechtstreeks van de eigen productie gebruik maken.

Een andere oplossing bestaat erin om elk appartement zijn eigen zonnepanelen toe te wijzen, waarbij elke bewoner zijn eigen netwerk via een eigen omvormer koppelt aan zijn eigen zonnepanelen. Dat is een  kostelijke zaak vanwege de vele benodigde omvormers en absoluut geen optimale situatie om lokale consumptie te verhogen en de belasting.

Zorgt de digitale meter voor een oplossing?

Zelfs al worden de zonnepanelen aangesloten op de gemeenschappelijke teller, dan betekent dat niet dat de overproductie of de overtollige elektronen ook daadwerkelijk het gebouw verlaten. De overtollige geproduceerde lokale stroom wordt mogelijks toch nog lokaal geconsumeerd door de bewoners van de appartementen en niet geïnjecteerd in het net. Met de huidige analoge meters is dat niet te achterhalen maar met digitale meters zou je wel kunnen bewijzen welke energie effectief binnen het appartementsgebouw blijft. Dat kan gedaan worden door alle digitale meters in één virtuele energie-entiteit te groeperen zodat je uit de som van alle in-en uitgaande energiestromen kan afleiden of het appartementsgebouw daadwerkelijk energie in het net injecteert. Jammer genoeg bestaat er op dit ogenblik nog geen regelgeving om die vorm van energiedelen mogelijk te maken. Alle EU lidstaten moeten volgens een Europese richtlijn wel tegen 30 juni 2021 een regelgeving hierover klaar hebben.