De betonstop of het voornemen om vanaf 2040 in Vlaanderen geen nieuwe open ruimte meer aan te snijden, zorgt voor een aantal financiële kopbrekens. Vooreerst zullen eigenaars van bepaalde bouwgronden het recht verliezen om effectief nog te bouwen. De Vlaamse overheid wil immers niet enkel een stop in het aansnijden van nieuwe open ruimte, ze stuurt ook aan op een verdichting van de woonkernen.

Om de benadeelde eigenaars tegemoet te komen wil de overheid hun geleden schade voor het volle pond vergoeden. Dat is meer dan nu het geval is bij een bestemmingswijziging maar die zogenaamde “planschade” zal de overheid uiteraard een flinke duit kosten en daarom moet ze op zoek naar bijkomende inkomsten.

Bij planschade horen planbaten

Wanneer de gewenste stedelijke verdichting vertaald wordt in de aanpassing van het ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) zodat hoger of dieper bouwen mogelijk wordt op een bepaald perceel, dan zal de eigenaar op de potentiële meerwaarde een heffing moeten betalen.

Een concreet voorbeeld: stel je bent eigenaar van een stadswoning en je wenst die te verkopen. Nu blijkt dat de overheid in het RUP voorzien heeft dat bijkomende bouwlagen voor je eigendom mogelijk zijn. Je zal dan als verkoper een planbatenheffing moeten betalen: een belasting op de vermoede meerwaarde.

Hoe die meerwaarde exact bepaald zal worden is nog onduidelijk maar sommigen vrezen dat de ingevoerde planbatenheffing van 25 tot 50% de stedelijke verdichting net zal afremmen want mogelijks is de meerwaarde in de praktijk niet realiseerbaar om redenen van brandveiligheid, …. Potentiële investeerders die hun rendement willen optimaliseren zullen misschien voorkeur geven aan dure en exclusieve stadsprojecten waardoor betaalbaar wonen en verdichting niet meteen dichterbij komen.