In België staat de groei van de markt van warmtepompen niet in verhouding tot het potentieel van deze technologie op het vlak van hernieuwbare energie en de bijhorende vermindering van de CO2 uitstoot. Momenteel worden er jaarlijks minder dan 10,000 (ecologische) warmtepompen verkocht tegenover maar liefst 200,000 gas- en mazoutketels en dat terwijl iedereen het eens is dat er een eind moet komen aan het tijdperk van de fossiele brandstoffen! Hoe valt dat te rijmen?

Onze elektriciteit is te duur in vergelijking met fossiele brandstoffen

Het te grote prijsverschil tussen elektriciteit en fossiele brandstoffen is een groot probleem in België. Warmtepompen hebben immers elektriciteit nodig om te kunnen functioneren en als die te duur is dan wordt het moeilijk om op te boksen tegen alternatieven die werken op fossiele brandstoffen.

De Belgische kerncentrales produceren tegenwoordig elektriciteit aan ongeveer 5 eurocent per kWh. Onze kerncentrales zijn al volledig afgeschreven en de elektriciteit die zij produceren is op dit ogenblik dan ook de goedkoopste van heel Europa. Toch wordt diezelfde elektriciteit doorverkocht aan particuliere gebruikers aan ongeveer 30 eurocent per kWh: het duurste tarief van heel Europa! Dat is het gevolg van de vele heffingen op de elektriciteitsprijs om de overgang naar hernieuwbare energie te betalen. De fossiele sector ontsnapt hieraan, hoewel het net de CO2-uitstoot van deze laatste is, die bijdraagt aan de klimaatopwarming.

Er wordt bovendien geen onderscheid gemaakt tussen de diverse toepassingen waarvoor mensen elektriciteit gebruiken. Wie zijn woning verwarmt met een milieuvriendelijke warmtepomp betaalt voor die elektriciteit hetzelfde tarief als iemand die zijn huis nog steeds elektrisch verwarmt. Het zou veel logischer zijn om een lager elektriciteitstarief te hanteren voor gebruikers die investeren in groene verwarming. Dit principe wordt overigens al toegepast voor elektrische wagens, dus waarom niet voor warmtepompen?

Een warmtepomp is ook nog eens combineerbaar met zonnepanelen (PV of thermisch), waardoor het aandeel groene warmte en hernieuwbare energie nog verder toeneemt.

De huidige EPB-berekening benadeelt warmtepompen

Bij de recente aanpassing van de EPB rekenmethode in maart 2017, werden zonnepanelen aanzienlijk bevoordeeld. Ze wegen zwaarder door in de berekening van het E-peil dan warmtepompen. Dat maakte deze laatste technologie minder aantrekkelijk. Daarom volgt er op 1 januari 2018 een nieuwe aanpassing van de EPB rekenmethode zodat warmtepompen en zonneboilers opnieuw correct naar waarde geschat zullen worden.

Het is wel jammer dat de toekomstige aanpassing van de EPB-rekenregels geen rekening houdt met de nieuwe primaire energie-efficiëntie van 2 (primaire energie is de energie die nodig is aan de bron om het uiteindelijke energiegebruik te dekken) die de Europese Commissie sinds kort hanteert op basis van de vaststelling dat de productie van elektriciteit al een stuk groener geworden is. Vlaanderen rekent echter nog altijd met een primaire energie-efficiëntie van 2.5 waardoor de verlaging van het E-peil door warmtepompen beperkter blijft.