Vlaanderen breidt zorgwonen uit

vlaanderen breidt zorgwonen uit

De Vlaamse regering keurde onlangs een nieuw ontwerp van decreet rond zorgwonen goed. Het is geen geheim dat Vlaanderen de komende jaren nog meer zal vergrijzen. Nu al is één op de vijf Vlamingen 65 jaar of ouder en tegen 2030 zal dat aandeel verder stijgen naar één op vier. Zo'n sterke vergrijzing geeft aanleiding tot hogere zorgnoden maar anderzijds willen oudere mensen vaak langer in hun vertrouwde (thuis)omgeving blijven.

Het principe van zorgwonen

Om dat mogelijk te maken creëerde de Vlaamse overheid al in 2009 het principe van de zorgwoning. Bij de creatie van een zorgwoning wordt een kleinere ondergeschikte wooneenheid gecreëerd binnen een bestaande woning zodat hoogstens twee personen, waarvan minstens één persoon 65 of ouder of zorgbehoevend is, kunnen inwonen.  De zorgbehoevende kan zowel in de hoofdwoning als in de "ondergeschikte" woning wonen. Het maakt dus niet of de zorgverleners komen inwonen of dat het de zorgbehoevenden zijn die komen inwonen. Voor de creatie van een zorgwoning is er geen vergunningsplicht maar wel een meldingsplicht en dat scheelt een stuk in de tijd die nodig is om een zorgwoning te realiseren, nl. een maand i.p.v. enkele maanden.

Eén van de voorwaarden van zo'n zorgwoning is wel dat de ondergeschikte wooneenheid één fysiek geheel met de hoofdwoning moet vormen. Toch is de aanpassing van een woning aan de zorgbehoeften niet altijd mogelijk. Soms is er gewoon onvoldoende plaats om in een woning één of twee extra personen te laten inwonen of soms zijn de verbouwingskosten om een zorgwoning te realiseren te hoog. Daarnaast willen zorgbehoevenden vaak ook geen last betekenen en heeft ook de zorgbehoevende nood aan privacy.

Uitbreiding naar mobiele zorgunits en vrijstaande bijgebouwen

Op dit ogenblik is zorgwonen via eenvoudige meldingsplicht nog niet mogelijk in een vrijstaand bijgebouw of in een mobiele zorgunit en moet je in die gevallen een lang omgevingsvergunningstraject doorlopen. Met het nieuwe decreet rond zorgwonen komt daar binnenkort verandering in. Om de impact op de ruimtelijk ordening te beperken zijn er wel een aantal randvoorwaarden opgelegd om zowel de ruimtelijke ordening als de woningkwaliteit te bewaken.

De definitie van zorgwonen wordt uitgebreid met de verwezenlijking van:

  • een tijdelijke ondergeschikte wooneenheid in een bestaand, hoofdzakelijk vergund vrijstaand bijgebouw waarbij die wooneenheid moet voldoen aan volgende voorwaarden:
    • de ondergeschikte wooneenheid heeft  een maximale bruto vloeroppervlakte van 50 m²,
    • de noodzakelijke nutsvoorzieningen van de ondergeschikte wooneenheid takken aan op de bestaande nutsvoorzieningen van de hoofdwooneenheid,
    • de afvoer van het afvalwater van de ondergeschikte wooneenheid sluit aan op de bestaande waterafvoer van de hoofdwooneenheid,
    • er wordt geen bijkomende verharding aangelegd, met uitzondering van een strikt noodzakelijke toegang tot de ondergeschikte wooneenheid.
  • een tijdelijke ondergeschikte wooneenheid in een tijdelijke, verplaatsbare constructie waarbij die wooneenheid moet voldoen aan volgende voorwaarden:
    • de tijdelijke, verplaatsbare constructie wordt volledig geplaatst binnen een straal van 30 meter van de hoofdwooneenheid op hetzelfde perceel als de hoofdwooneenheid of op een perceel dat onmiddellijk paalt aan het perceel van de hoofdwooneenheid
    • de tijdelijke, verplaatsbare constructie wordt op één van de volgende plaatsen geplaatst: i) in de zijtuin, al dan niet vrijstaand, tot op drie meter van de perceelsgrenzen, ii) in de achtertuin, al dan niet vrijstaand, tot op een meter van de perceelsgrenzen. De ondergeschikte wooneenheid kan in de achtertuin ook op of tegen de perceelsgrens geplaatst worden als ze tegen een bestaande scheidingsmuur opgericht wordt en als de bestaande scheidingsmuur niet gewijzigd wordt,
    • de tijdelijke, verplaatsbare constructie heeft een maximale hoogte van 3.5 meter,
    • de tijdelijke, verplaatsbare constructie heeft een maximale bruto vloeroppervlakte van 50 m²,
    • er wordt geen bijkomende verharding aangelegd, met uitzondering van de tijdelijke, verplaatsbare constructie zelf en een strikt noodzakelijke toegang tot de tijdelijke, verplaatsbare constructie,
    • de plaatsing van de tijdelijke, verplaatsbare constructie gaat niet gepaard met een ontbossing of met het aanmerkelijk wijzigen van het reliëf van de bodem, en gebeurt niet in een overstromingsgebied,
    • de noodzakelijke nutsvoorzieningen takken aan op de bestaande nutsvoorzieningen van de hoofdwooneenheid,
    • de afvoer van het afvalwater sluit aan op de bestaande waterafvoer van de hoofdwooneenheid,
    • de plaatsing is tijdelijk voor een maximale totale duur van 3 jaar per hoofdwooneenheid. De duur van de plaatsing kan met een nieuwe melding één keer verlengd worden met een aanvullende periode van maximaal drie jaar,
    • binnen een termijn van drie maanden na het beëindigen van de zorgsituatie, worden de tijdelijke, verplaatsbare constructie en de hiervoor aangelegde strikt noodzakelijke toegang verwijderd.

Bemerk dat zorgwonen in het geval van mobiele zorgunits maar een maatregel met een in tijd beperkte duur is. Voorzie je een lang zorgtraject dan geeft het ook in het geval van de mobiele zorgunits aan de zorgverlener(s) en de zorgbehoevende(n) wel de kans om op korte termijn dicht bij hun naasten te gaan wonen, terwijl bijvoorbeeld via een omgevingsvergunningstraject een lange termijnoplossing opgestart kan worden.

Het einde van de zorgsituatie is altijd meldingsplichtig. Stel dat je nadien het bijgebouw dat de ondergeschikte wooneenheid bevatte wilt verhuren, dan zal je toch nog een omgevingsvergunning moeten aanvragen.

Het ontwerpdecreet zal nu nog in het parlement behandeld worden en mogelijks nog voor het zomerreces goedgekeurd worden.

­

2-wekelijkse nieuwsbrief

Blijf online én gratis op de hoogte van de nieuwste bouwproducten, economisch nieuws uit de bouw, de actuele bouwwetgeving, premies, projecten,....