Sinds 2019 is Vlaanderen gestart met de installatie van digitale elektriciteitsmeters. Voor wie zelf geen energie produceert, heeft zo'n digitale meter enkel voordelen (slimme huishoudtoestellen die communiceren met de digitale meter, automatische verzending van meterstand,…) maar wie bijvoorbeeld zonnepanelen op zijn dak geïnstalleerd heeft, staat wel voor grote veranderingen.

Waarom? In tegenstelling tot de oude elektromechanische Ferrarismeters kunnen de nieuwe digitale meters wél exact bepalen hoeveel energie je afneemt en hoeveel energie je zelf (door mismatch tussen eigen afname en eigen productie) op het net zet. Daarbij komt dat vanaf 1 januari 2021 de overgangsregeling stopt waarbij eigenaars van zonnepanelen die een digitale meter hebben kunnen kiezen om toch nog voor 15 jaar het principe van de terugdraaiende teller te volgen waarbij je dus enkel betaalt voor de netto-afname van energie en een "compensatie" prosumententarief (een prosument zou op basis van zijn netto-energieverbruik immers nagenoeg niets betalen voor zijn netwerkgebruik).

Impact terugverdientijd

Vanaf januari 2021 kan de eigenaar van zonnepanelen dus nog wel geld terugverdienen door het feit dat hij lokaal energie produceert en zelf verbruikt waardoor hij die energie niet moet aankopen. Per lokaal geproduceerde en lokaal verbruikte kWh komt dat dus neer op 0.27 euro (een gewogen gemiddelde).

Voor de elektriciteit die je als zonnepaneeleigenaar injecteert op het net zal je vermoedelijk slechts 0.03 euro per kWh ontvangen, waar dat ten tijde van de terugdraaiende teller 0.27 euro per kWh was. Hierdoor zou de terugverdientijd van kleinschalige installaties van zonnepanelen stijgen van 8 naar 13 jaar.

Eenmalige investeringspremie van 2021 tot eind 2024

Om de terugverdientijd terug naar 10 jaar te brengen, rekenden de experts van de Vlaamse overheid uit dat er een premie van 300 euro per kWp (kW piek vermogen) nodig is. In die berekening gingen de experten er wel van uit dat het aandeel zelfafname toeneemt van ongeveer 27% naar 35%. Door het inplannen van het gebruik van afwasmachine, droogkast, wasmachine,… is zo'n toename perfect mogelijk zonder bijkomende investeringen.

Bij de berekening werd ook uitgegaan van een totale investeringskost van 1325 euro per kWp voor 2021. De experten gaan er van uit dat die investeringskost in de toekomst verder zal dalen met ongeveer 75 euro per kWp per jaar. De premie die in 2021 nog 300 euro/kWp bedraagt zal dus verder dalen naar 225 euro/kWp in 2022, naar 150 euro/kWp in 2023, naar 75 euro/kWp in 2024 om in 2025 volledig uit te doven. Let op: die premies gelden enkel voor de eerste 4 kWp van je installatie en het premiebedrag is begrensd tot 40% van de investeringskost inclusief btw. Voor de volgende kWp valt de premie lager uit:

  • investeringspremie voor zonnepanelen in 2021: 300 euro/kWp voor de eerste 4 kWp en daarna 150 euro/kWp van 4kWp tot 6kWp of dus een maximale premie van 1500 euro,
  • investeringspremie voor zonnepanelen in 2022: 225 euro/kWp voor de eerste 4 kWp en daarna 112.5 euro/kWp van 4kWp tot 6kWp of dus een maximale premie van 1125 euro,
  • investeringspremie voor zonnepanelen in 2023: 150 euro/kWp voor de eerste 4 kWp en daarna 75 euro/kWp van 4kWp tot 6kWp of dus een maximale premie van 750 euro,
  • investeringspremie voor zonnepanelen in 2024: 75 euro/kWp voor de eerste 4 kWp en daarna 37.5 euro/kWp van 4kWp tot 6kWp of dus een maximale premie van 375 euro.

Het is de datum van indienstname die de hoogte van de premie bepaalt. In het geval van beschermde afnemers wordt het premiebedrag met 20% verhoogd en is het premiebedrag begrensd tot 48% van de investeringskost inclusief btw.

Niet voor nieuwbouw

De premie is niet bedoeld voor het plaatsen van de minimale hoeveelheid hernieuwbare energie bij nieuwbouw. Dit zijn de voorwaarden waar je aan moet voldoen om de premie te kunnen ontvangen:

  • het gebouw moet aangesloten zijn op het elektriciteitsdistributienet van Fluvius uiterlijk op 31 december 2013 OF het moet gaan om een gebouw waarvoor de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen meer dan 5 jaar geleden werd verleend en waarbij het gebouw voldoet aan de EPB-eisen en de EPB-aangifte op tijd werd ingediend. Gebouwen die gerenoveerd worden en waarvan de omgevingsvergunning minder dan 5 jaar geleden werd verleend, komen in aanmerking als het gebouw vóór 2014 was aangesloten op het distributienet.
  • de premie is enkel van toepassing voor kleine installaties van zonnepanelen, d.w.z. met een omvormervermogen kleiner of gelijk aan 10 kVA.
  • de nieuwe zonnepanelen moeten door een aannemer op het dak van het gebouw geplaatst worden.
  • de zonnepanelen moeten voor een periode van minstens 15 jaar op je dak blijven liggen of preciezer: ze mogen niet verplaatst worden naar een ander perceel.
  • de zonnepanelen mogen niet worden uitgebreid met een installatie die werkt volgens het principe van de terugdraaiende teller. Als je installatie toch werkt volgens het principe van de terugdraaiende teller dan kan je altijd afzien van dat recht en alsnog genieten van de investeringspremie.
  • achter het aansluitpunt mogen nog geen zonnepanelen in dienst zijn of geweest zijn, tenzij in het geval van een eigendomsoverdracht waarbij vooraf de installatie verwijderd werd.
  • de geplaatste zonnepanelen moeten uiterlijk 3 maanden na de indienstname bij de netbeheerder aangemeld zijn.
  • je moet de premie-aanvraag binnen het jaar na de indienstname van de zonnepanelen indienen.
  • de premie is éénmalig en beperkt in de zin dat je maar 1 premie per woning of wooneenheid kan ontvangen in het geval van residentiële gebouwen en 1 premie per gebouw in het geval van niet-residentiële gebouwen.