Yvonne Farrell en Shelley McNamara uit Dublin, Ierland, hebben de Pritzker Prize 2020 gewonnen. De Pritzker Prize is zowat de Nobelprijs voor de architectuur en wordt jaarlijks toegekend aan een nog levende architect wiens werk systematisch blijk geeft van talent, visie en toewijding om via architectuur een bijdrage te leveren aan de mensheid. In deze editie gaat de eer dus naar een architectenduo. Farrell en McNamara zijn de 47ste en 48ste laureaten van de Pritzker Prize en de eerste twee winnaars uit Ierland.

"Architectuur kan worden omschreven als een van de meest complexe en belangrijke culturele activiteiten in de wereld. Het is een enorm voorrecht om architect te zijn. Het winnen van deze prijs is een prachtige bevestiging van ons geloof in de architectuur . Bedankt voor deze grote eer."

Yvonne Farrell

Het duo richtte in 1978 Grafton Architects op in Dublin, waar ze nog steeds actief zijn. In iets meer dan veertig jaar tijd hebben ze bijna evenveel projecten voltooid, in Ierland, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Italië en Peru.

In hun rol als architect en docent creëren Farrell en McNamara al sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw vernieuwende bouwwerken met respect voor het verleden. Met elke realisatie tonen ze hun unieke beheersing van de bouwkunst en de stedenbouw. Of het nu gaat om academische, burgerlijke, culturele of residentiële projecten, steeds zoeken ze een evenwicht tussen kracht en verfijning. Dat resulteert in moderne realisaties met impact die, zonder te imiteren, hun duidelijke signatuur dragen. De architecten zijn zich voortdurend bewust van de dialoog tussen het interne en het externe, wat blijkt uit de vermenging van publieke en private ruimtes, en de zinvolle selectie en integriteit van de bouwmaterialen.

Hun gebouwen beantwoorden steeds aan de lokale noden, versterken de stad en dragen bij aan een duurzame omgeving. Enkele van hun bekende realisaties:

  • De universitaire campus van het UTEC in Lima staat op een uitdagende plaats met aan één kant een lager gelegen snelweg en aan de andere kant een residentiële buurt. Om de overgang te maken tussen beide landschappen ontwierpen de architecten een verticaal gelaagd gebouw dat aan de noordzijde een klif nabootst en aan de zuidzijde dankzij trapsgewijze terrassen mooi aansluit op de residentiële wijk. Het stoere gebouw met betonnen afwerking bevat ook grote open ruimtes die voor een goede circulatie van de oceaanwind zorgen en zo de nood aan airco minimaliseren.
  • De School of Economics van Toulouse wordt gekenmerkt door bakstenen kolommen, hellingen en binnenplaatsen, telkens metaforen voor de stad vol met bruggen, muren, promenades en stenen torens.
  • De universiteit Luigi Bocconi in Milaan is niet alleen een verticale campus voor studenten en professoren maar creëert via de gelijkvloerse verdieping, en mede dankzij een enorme overkapping, een verbinding met de bruisende stad die Milaan is.