Onlangs publiceerde Statbel, het Belgische statistiekbureau, de cijfers over de bouwvergunningen tot oktober 2019. In de eerste 10 maanden van 2019 nam het aantal vergunningen voor residentiële nieuwbouw af met 6.1% in vergelijking met de eerste 10 maanden van 2018.

Dat gemiddelde maskeert grote regionale verschillen: in het Vlaams Gewest was er een daling van 8.7%, in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een daling van 12.1% maar in het Waals Gewest werd er in die periode een toename van 2.8% vastgesteld.

De daling in Vlaanderen komt ook niet volledig onverwacht want toen de Vlaamse overheid in 2018 de betonstop aankondigde steeg datzelfde jaar het aantal vergunningen in Vlaanderen met maar liefst 47%. De huidige daling wijst dus waarschijnlijk eerder op een normalisering dan op een echte daling.

Appartementisering

Wat wel duidelijk blijkt uit de cijfers van Statbel over een ietwat langere termijn is dat als sinds 2003 meer nieuwbouwflats dan nieuwbouw eengezinswoningen vergund worden. In het straatbeeld is het ook almaar duidelijker dat waar vroeger laagbouw voorkwam, nu steeds meer appartementsgebouwen met meerdere bouwlagen opgetrokken worden.

Het feit dat de regelgeving en bouwtechnieken almaar complexer worden schrikt ook steeds meer particulieren af om zelf nog aan de slag te gaan. Het gevolg is dat nieuwbouw steeds vaker door bouwpromotoren en in het kader van grotere ontwikkelingen plaats vindt. Wat de toenemende appartementisering ook in de hand werkt is het stijgend aantal alleenwonenden en alleenstaande ouders. In 1999 maakten zij 39% van het totaal aantal huishoudens uit maar in 2019 was dat aantal al gestegen tot 45%, waarvan 35% alleenwonenden en 10% alleenstaande ouders.