Het nieuws dat bouwpromotoren almaar moeilijke afraken van parkeerplaatsen, haalde de voorbije weken meermaals de krantenkoppen. Jeroen Van Neck, alumni Master Real Estate (MRE) aan de Antwerp Management School en projectontwikkelaar bij Kolmont, vindt dat het hoog tijd is voor een slimme parkeernorm.

Momenteel zijn er in Vlaanderen bijzonder veel ondergrondse parkings van nieuwe woonprojecten waar verschillende parkeerplaatsen blijven leegstaan. En dat is volledig te wijten aan het verouderd parkeerbeleid in Vlaanderen. Dat baseert zich anno 2019 nog steeds op de minimumnorm van 1.3 tot 2 parkeerplaatsen per wooneenheid, afhankelijk van de grootte van de woning. Het gevolg laat zich raden: de lege parkeerplaatsen stapelen zich op en zullen de komende jaren alleen maar toenemen als de parkeernorm onveranderd blijft.

Parkeernorm maakt nieuwbouw duurder

Parkeerplaatsen kosten promotoren veel geld en daarom maken veel promotoren de parkeerplaatsen verplicht bij aankoop. Dat drijft de vastgoedprijzen van nieuwbouwappartementen de hoogte in: voor een ondergrondse parking betaal je vandaag al gauw tot 30,000 euro extra. En dat is jammer voor de koper want die heeft niet altijd nood aan een eigen parkeerplaats. In sommige gevallen is die juist naar de stad verhuisd om niet langer een auto nodig te hebben. Ook onze steden van vandaag worden minder en minder afgestemd op auto’s en des te meer op andere mobiliteitsvormen zoals deelauto’s, zelfrijdende auto’s, (deel)fietsen, elektrische steps en het openbaar vervoer.

De slimme parkeernorm die ontwikkeld werd in samenwerking met de Antwerp Management School (Master Real Estate) kan hier mogelijks soelaas bieden: deze norm houdt rekening met de opkomende deeleconomie en vervoersvormen zoals de steeds populairdere fiets. De nieuwe slimme norm neemt ook parameters als het gezinsinkomen en het wagenbezit per doelgroep in acht met voor beide gevallen een eventuele groeimarge in de toekomst. Maar ook de gezinsgrootte met een mogelijke uitbreiding, parkingdelen, mobiliteit as a service (MaaS) en de nabijheid van een station voor trein- en busvervoer. Ook de toekomstige zelfrijdende auto’s worden mee opgenomen in de berekening van die slimme parkeernorm.

Een voorbeeld: bij een nieuwbouwpand in Antwerpen zouden volgens de oude norm 59 parkeerplaatsen voorzien moeten worden. Door toepassing van de slimme parkeernorm, bleken 40 plaatsen te volstaan. Dat is bijna een derde parkeerplaatsen minder.

Voor lokale overheden en besturen die inzetten op nieuwe mobiliteitsvormen en die wonen betaalbaar willen houden, is de slimme parkeernorm zeker een interessante piste. Minimumnormen zoals vandaag toegepast staan immers haaks op het beoogde beleid. In heel wat Europese landen wordt overigens al langer geen minimum maar wel een maximumnorm voor parkeerplaatsen gehanteerd.