De provinciale Architectuurprijs Oost-Vlaanderen 2019 werd toegekend aan twee ex-aequo laureaten:

  • Utopia: bibliotheek en Academie voor Podiumkunsten in Aalst, een ontwerp van KAAN Architecten uit Rotterdam.
  • De Standaertsite in Ledeberg, Gent: een buurt- en ontmoetingscentrum van de hand van Murmuur architecten i.s.m. Carton 123 en AE Architecten.

Utopia te Aalst door KAAN Architecten

Utopia, een project van publiek-private samenwerking, incorporeert een opvallend historisch gebouw uit de 19de eeuw én zorgt voor een verjonging in het stedelijke landschap.

De voormalige Pupillenschool vormt de hoeksteen van het nieuwe complex. Zowel binnen als buiten gaan de historische gevels harmonieus samen met de royale ruimten en gaat het metselwerk een dialoog aan met de lichtgrijze betonelementen.

De jury vindt de stedenbouwkundige inplanting in de stad zeer geslaagd. Utopia, de stad en de bewoners zijn met elkaar verbonden en communiceren met elkaar via grote en brede openingen. Het kenmerkende onregelmatige stratenpatroon van het stadscentrum wordt verrijkt met drie nieuwe pleinen, die als het ware doorlopen in het gebouw zelf. De ramen, die even breed en hoog zijn als de ruimten zelf, bieden zowel een venster op de stad als een blik naar binnen vanuit de stad. Het open binnenlandschap ontvouwt zich van vloer tot plafond. Utopia is een nieuw referentiepunt en een herkenningsteken voor de inwoners.

Het gebouw richt zich ook op duurzaamheid. Denken we maar aan het gebruik van lokale materialen, energiezuinige machines, zonnepanelen, aardwarmte, led-verlichting, regenwater, enzovoort.

De realisatie verwierf terecht internationale erkenning en werd genomineerd voor de prestigieuze ‘European Mies van der Rohe Award 2019’.

Standaertsite te Ledeberg door Murmuur architecten i.s.m. Carton 123 en AE Architecten

Het terrein van de voormalige doe-het-zelf-zaak ‘Standaert’ raakt overhoeks aan twee straten van het dense centrum van Ledeberg. De site reikt diep in het binnengebied, ommuurd door tuinmuren en bijgebouwen. De voornaamste intentie van de ontwerpers was om het aandeel ‘park’ zo groot mogelijk te houden en impact te laten uitoefenen tot in de aangrenzende straten. Het aandeel bebouwing werd beperkt en rationeel ingezet. De ‘mooiste’, centraal gelegen loods bleef behouden en werd in ere hersteld. Door de fijne metalen vakwerkliggers is dit nu al industrieel erfgoed. Dit is het kloppend hart van de site met vier polyvalente ruimtes waar buurtactiviteiten plaatsvinden.

De architectuur zoekt de mogelijkheden op van de grens tussen binnen en buiten. Vanuit de loods is er een overzicht over een groot deel van het park. Zitbanken onder de dakondersteek bieden ontmoetingsmogelijkheden. Een transparante sokkel versterkt het doorzicht. Hij huisvest onder meer ‘de herberg’, het caféetje opengehouden door de buurt. Een grote, heldere luifel in de hoek van het terrein biedt plaats aan de activiteiten die minder nood hebben aan verwarming zoals marktjes. Deze luifel is opgebouwd uit gerecupereerd materiaal van de geslopen loodsen. Het dovencentrum, dat achter de gemene muur ligt, krijgt een eigen toegang tot het park.

De jury waardeert dat, door het uiterst secuur wegsnijden van delen in het dense weefsel, een opening gecreëerd werd in de stad en er perspectief ontstaat. De loods en luifel staan op de juiste plek. De kwaliteit schuilt in de potentie om tuintjes van omringende buren te betrekken.

Het park loopt door tot aan de straten, brengt het groen tot op de rand van de stoep, doorbreekt even de gevelrijen. Een kunstwerk siert een gevel en is een meerwaarde voor de site.

De samenwerking van ‘murmuur architecten’ met andere jonge bureaus toont ons een nieuwe, hedendaagse methode van interdisciplinair werken. Voor de architectuur tekenden AE, Carton123 en Murmuur architecten, voor stabiliteit en technieken H110 architecten en ingenieurs en voor het park Landschapsatelier Arne Deruyter.