Op 1 april 2019 traden een aantal wijzigingen in werking met betrekking tot de archeologienota.

Wat is een archeologienota ook al weer? Moet je als bouwheer voor je bouwproject een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen of voor het verkavelen aanvragen, dan moet je in sommige gevallen een archeologisch vooronderzoek laten uitvoeren door een erkend archeoloog. De voorwaarden die dat bepalen en die te maken hebben met een aantal parameters van je bouwproject (totale oppervlakte van de betrokken percelen, oppervlakte van de geplande bodemingrepen, ligging binnen archeologische zone,…), vind je terug in de beslissingsboom die het agentschap Onroerend Erfgoed ter beschikking stelt.

Het resultaat van dat vooronderzoek is de archeologienota. Die archeologienota moet bij de aanvraag van de omgevingsvergunning gevoegd worden. De archeoloog stuurt die archeologienota ook door naar het agentschap Onroerend Erfgoed, die dan 21 dagen de tijd had om al dan niet haar zegen te geven aan de nota. In dat laatste geval zei men dat de archeologienota bekrachtigd was.

De aangepaste procedure spreekt niet langer van een indiening door de archeoloog en een bekrachtiging door het agentschap Onroerend Erfgoed maar van een melding door de archeoloog en van een aktename door het agentschap. Het agentschap kan akte nemen, akte nemen onder voorwaarden of geen akte nemen. In dat laatste geval zal je omgevingsvergunning geweigerd worden. Het betreft hier niet zomaar een aanpassing van de gebruikte terminologie. In de meldingsakte zal geen uitspraak gedaan worden over de waarde van de info in de archeologienota. Het systematisch onderzoek naar de kwaliteit van de archeologienota's wordt dus vervangen door een steekproefsgewijs onderzoek.

Wat bouwheer en bouwprofessional vooral zal interesseren is dat de behandelingstermijn door het agentschap Onroerend Erfgoed in de nieuwe procedure verkort van 21 naar 15 kalenderdagen. Als een archeologienota vereist is dan moet de bouwheer bij de aanvraag van de omgevingsvergunning een archeologienota voegen die gemeld is aan het agentschap Onroerend Erfgoed. Hij hoeft dus de aktename niet af te wachten. Let wel: net als voorheen kan de vergunningverlenende overheid enkel een beslissing nemen als ze in het bezit is van zo'n aktename.  

Daarnaast is het ook mogelijk dat men tijdens het  bureauonderzoek van het archeologisch vooronderzoek tot de conclusie komt dat er veldonderzoek nodig is. Als zo'n onderzoek nodig en mogelijk is, dan spreekt men van een vooronderzoek met ingreep in de bodem. Voorheen moest dit gemeld worden aan het agentschap, nu vraagt de archeoloog toelating aan.

Aanpassing premies

Wanneer in de archeologienota geconcludeerd wordt dat er archeologisch onderzoek nodig is dan dien je die na het verkrijgen van je omgevingsvergunning te laten uitvoeren door een erkend archeoloog. Occasionele bouwers konden voor die opgravingen al rekenen op een premie voor buitensporige opgravingskosten maar vanaf 1 april 2019 verhoogt die premie van 40% naar 80% van de forfaitair bepaalde kosten.

Nieuw is dat er vanaf 1 april 2019 voor occasionele bouwheren ook een premie mogelijk is voor het vooronderzoek met ingreep in de bodem.

Verduidelijking begrip bodemingreep

De ganse wetgeving rond de archeologienota heeft tot doel om het bodemarchief te beschermen. Het is dan ook logisch dat zo'n nota enkel nodig is als er een bodemingreep plaats heeft. Omdat er in het verleden nogal wat onduidelijkheid was over wat men juist met een bodemingreep bedoelde heeft de wetgever dit begrip onlangs ook verklaard: elke wijziging van de eigenschappen van de ondergrond door de verwijdering of toevoeging van materie, de verhoging of verlaging van de grondwatertafel, of het samendrukken van de materialen waaruit de ondergrond bestaat. Voor de berekening van de totale oppervlakte van de ingreep in de bodem wordt rekening gehouden met de oppervlakte van de vergunningsplichtige werken of handelingen zoals opgenomen in de vergunningsaanvraag

Voortaan twee types erkend archeoloog

Vanaf 1 april 2019 zijn er ook twee types erkend archeoloog. Het type 1 komt in grote lijnen overeen met wat verstaan werd onder een erkend archeoloog van vóór 1 april 2019. Het type 2 is nieuw en betreft archeologen die enkel erkend worden voor vooronderzoeken zonder ingreep in de bodem en daarover ook kunnen melden naar het agentschap Onroerend Erfgoed.

Extra bevoegdheid erfgoedgemeenten

Onroerend erfgoedgemeenten kunnen sinds 1 april 2019 ook voor percelen tot maximaal 5000 m² en gelegen in hun gemeente, vrijstellingen geven van de verplichting tot de opmaak van een archeologienota. Die vrijstellingsmogelijkheid moet dan wel vastgelegd zijn in een gemeentelijk reglement en moet uiteraard onderbouwd zijn door het werk van een erkend archeoloog. Het principe lijkt nuttig maar het is nog maar de vraag of gemeenten hierin veel werk zullen stoppen.