De installatie van digitale meters in Vlaanderen start vanaf 1 juli 2019. Het gaat om digitale meters die de zogenaamde elektromechanische Ferrarismeters met draaiteller zullen vervangen. Over 15 jaar zouden in Vlaanderen alle Ferrarismeters vervangen moeten zijn door zo'n digitale meter. Zowel de elektromechanische elektriciteits- als de aardgasmeters zullen vervangen worden.

Meten is weten en … besparen

Zo'n digitale meter heeft naast een elektronische display ook communicatietechnologie aan boord waarmee de digitale meter gegevens kan ontvangen en verzenden, bijvoorbeeld naar de netbeheerder. Mits je toestemming geeft zullen ook andere apps, slimme toepassingen of slimme huishoudtoestellen kunnen communiceren met je digitale meter. Op die manier zal je beter inzicht krijgen in je energieverbruik en ook je energiekosten kunnen doen dalen door bijvoorbeeld je wasmachine of je vaatwasser aan te schakelen op het ogenblik dat je zonnepanelen veel energie produceren.

Een belangrijke impact voor eigenaars van zonnepanelen

Voor wie zelf geen energie produceert, hebben de nieuwe digitale meters alleen maar voordelen. Prosumenten, dat zijn particulieren die zelf stroom opwekken, kijken wel aan tegen een mogelijke verhoging van hun elektriciteitsrekening. Hoe komt dat?

Om dat te snappen moeten we eerst even teruggaan naar de verschillende kosten die je terugvindt op je elektriciteitsfactuur. Je aanrekening bestaat uit een energiekost, nettarieven en heffingen. De energiekost is de kost die je aan je leverancier betaalt voor de elektriciteit die hij produceert. Het nettarief is de kost die je betaalt aan de netbeheerder om de elektriciteit van bij de producent tot bij jou te brengen en de heffingen, dat zijn belastingen die de federale en/of Vlaamse overheid heffen.

Met de huidige terugdraaiende teller weet niemand exact hoeveel energie jij als eigenaar van zonnepanelen effectief op het net zet en hoeveel je effectief afneemt van je stroomleverancier. Enkel de netto-afname, d.w.z. je afname min je eigen productie, kan afgelezen worden. Het is ook die netto-afname die gebruikt wordt voor de berekening van je energiekost en voor de berekening van de heffingen. Voor de berekening van de nettarieven van prosumenten, koos de Vlaamse overheid in 2014 voor de invoering van een prosumententarief dat gebaseerd is op het piekvermogen van je lokale energieproductie. Dat was een logische stap want als je het nettarief zou baseren op de netto-afname van een prosument dan geeft dat een compleet vertekend beeld: de prosument heeft een heel lage netto-afname maar dat betekent helemaal niet dat hij het netwerk weinig gebruikt.

Compensatieregime voor prosumenten

Met de nieuwe digitale meters, is het wel geweten hoeveel stroom je zelf op het net zet en hoeveel je afneemt. Het is dus perfect mogelijk om voor prosumenten net als bij particulieren zonder lokale energieproductie, het nettarief te berekenen op basis van de werkelijke afname van elektriciteit. Wie investeerde in de lokale productie van elektriciteit ziet het rendement op die investering dus mogelijks dalen. Omdat de overheid de investeringen in hernieuwbare energie niet wou ontmoedigen, geeft ze huidige eigenaars van zonnepanelen en wie in zonnepanelen investeert tot eind 2020, de kans om gedurende 15 jaar na de indienstname te blijven kiezen voor het prosumententarief in plaats van een nettarief gebaseerd op de werkelijke afname. Wie dat wenst kan eenmalig overschakelen naar dat laatste systeem.

De VREG ontwikkelde een simulator die het voor eigenaars van zonnepanelen mogelijk moet maken om nu al in te schatten of ze wel of niet beter overschakelen naar de nieuwe manier van berekening van het nettarief. De VREG waarschuwt wel dat de simulator in een aantal gevallen onbruikbaar is. Dat is bijvoorbeeld zo voor wie verwarmt met een warmtepomp. Eenvoudig samengevat kan je stellen dat een prosument die veel van zijn geproduceerde energie zelf verbruikt, beter af is met een nettarief gebaseerd op de werkelijke afname.

Vanaf 2021 terugleververgoeding

Vanaf 2021 zullen prosumenten die meer op het net zetten dan ze afnemen een zogenaamde terugleververgoeding kunnen krijgen. Dat zal dan opnieuw een verbetering zijn ten opzichte van de huidige terugdraaiende tellers waarbij een overschot niet vergoed wordt.

VREG betwist wettelijkheid terugdraaiende digitale teller

De Vlaamse energieregulator, kortweg de VREG, heeft met zijn recent negatief advies over de terugdraaiende teller, de onzekerheid over de compensatieregeling opnieuw doen toenemen. Volgens de VREG is de terugdraaiende tellerregeling voor de digitale meters van zonnepaneeleigenaars discriminerend. Er is immers geen reden om de nettarieven voor zonnepaneeleigenaars anders te berekenen, zeker nu het met de digitale meter wel mogelijk is om voor iedereen de nettarieven op dezelfde manier te berekenen. Daarnaast laat de VREG weten dat volgens de Europese elektriciteitsrichtlijn enkel zij en niet de politiek bevoegd is voor het bepalen van de nettarieven (dus ook die van zonnepaneeleigenaars).

De meerderheidspartijen gaven ondanks dit negatief advies aan dat ze het energiedecreet in het Vlaamse parlement onveranderd zullen goedkeuren. Juridische experten vrezen nu dat wanneer een belanghebbende (versta elke Vlaming die op het elektriciteitsnet is aangesloten) het regime van de terugdraaiende digitale teller aanvecht voor het Grondwettelijk Hof, de kans groot is dat de compensatieregeling vernietigd zal worden. Wordt ongetwijfeld vervolgd.