Sinds 1 juni 2016 moet de aanvrager van een stedenbouwkundige of een verkavelingsvergunning onder bepaalde omstandigheden een bekrachtigde archeologienota toevoegen aan zijn vergunningsaanvraag. Dankzij die archeologienota moet ons archeologisch erfgoed beter in kaart gebracht en beschermd worden.

Zo’n archeologienota moet opgesteld worden door een erkend archeoloog. In een eerste fase, het bureauonderzoek, analyseert de archeoloog het terrein op basis van bestaande bronnen. Wanneer dat nodig blijkt, volgt er een fase van veldonderzoek (proefsleuven,…). De archeoloog bundelt dan het resultaat van zijn bevindingen in een archeologienota en stuurt het ter bekrachtiging naar het agentschap Onroerend Erfgoed dat binnen een termijn van 21 dagen de archeologienota bekrachtigt of weigert.

Archeologienota te duur, te lang en te log bevonden

Sinds de invoering van de archeologienota begin juni doken er geregeld alarmerende signalen op. Waar initieel uitgegaan werd van een kostprijs van 250 euro voor “eenvoudige” gevallen, blijkt de prijs al snel op te lopen tot 3,000 euro voor kleine projecten en soms tot 15,000 euro voor grote projecten.

Dat de prijzen zo hoog uitvallen blijkt o.a. te wijten aan het feit dat de archeologienota’s de code van goede praktijk moeten volgen en dat leidt al snel tot “nota’s” van 60 à 80 pagina’s zelfs wanneer enkel bureauonderzoek vereist is.

Daarbovenop komt dat het agentschap Onroerend Erfgoed de regels erg strikt toepast want in maar liefst 80 procent van de gevallen wordt de archeologienota teruggestuurd wegens niet conform. Dat zorgt dan weer voor bijkomende werkdruk bij de nu al overbevraagde archeologen. De bouwheren van hun kant zijn dan weer niet te spreken over de bijkomende kosten, de beperkte tegemoetkoming vanwege de overheid in die kosten en de opgelopen vertragingen.

Momenteel worden er zo’n 150 tot 200 archeologienota’s per maand ingediend. Vijftig procent van de archeologienota’s kent een vervolgtraject. In die gevallen bewijst de archeologienota dus zijn nut want vroeger zou er mogelijk interessant erfgoed verloren gegaan zijn. Maar het is dus allemaal te duur, te log en het gaat te langzaam. Daar is ook Vlaams Minister-president Bourgeois het mee eens en hij beloofde om zo snel mogelijk bij te sturen. Concreet betekent dit dat de archeologienota eenvoudiger zal worden en dat de administratie een andere houding zal aannemen. Wat de kosten betreft wil de Minister-president met de betrokken sectoren nagaan of het idee van een solidariteitsfonds geen mogelijkheid is.