Vanaf 1 juni 2016 moet de aanvrager van een stedenbouwkundige vergunning of van een verkavelingsvergunning nagaan of er geen archeologisch vooronderzoek dient uitgevoerd te worden vóór het indienen van een vergunningsaanvraag.

Is zo’n vooronderzoek verplicht dan dient er een archeologienota toegevoegd te worden aan de vergunningsaanvraag. Zo’n archeologienota is een document opgesteld door een erkend archeoloog en heeft tot doel om te bepalen of er op de projectgrond archeologisch erfgoed aanwezig is en welke maatregelen hiervoor eventueel genomen moeten worden. Het doel van deze bijkomende regelgeving is dus een betere bescherming en inventarisering van het onroerend erfgoed bij bouw- en verkavelingsactiviteiten.

Wanneer is een archeologienota verplicht?

Elke bouwheer die een stedenbouwkundige vergunningsaanvraag of een verkavelingsaanvraag indient moet aan de hand van een beslissingsboom nagaan of hij een archeologisch vooronderzoek moet laten uitvoeren en dus, of hij een archeologienota moet toevoegen aan zijn vergunningsaanvraag. De beslissingsboom voor een stedenbouwkundige aanvraag verschilt van die voor een verkavelingsaanvraag.

Enkele voorbeelden:

  • Voor bouwwerken op beschermde archeologische sites is steeds een archeologienota verplicht.
  • Vinden de bouwwerken plaats in een gebied waar geen archeologisch erfgoed te verwachten valt dan is er geen archeologienota vereist.

Voor elk project moet je dus eerst één van beide hogervermelde beslissingsbomen doorlopen om na te gaan of een archeologisch vooronderzoek en dus een archeologienota verplicht is.

Wat als een archeologienota verplicht is?

Wanneer je effectief een archeologisch vooronderzoek moet uitvoeren dan dien je volgende procedure te volgen:

Je stelt eerst een erkend archeoloog aan om het archeologisch vooronderzoek uit te voeren. Zo’n vooronderzoek bestaat uit een analyse van bestaande bronnen (het bureauonderzoek) waarna de archeoloog beslist of bijkomend veldonderzoek op het terrein nodig is (geofysisch onderzoek, proefsleuven,…). De erkend archeoloog bundelt de resultaten van het vooronderzoek in een archeologienota die eveneens richtlijnen bevat om op een goede manier om te gaan met het erfgoed tijdens de bouw- of verkavelingswerken. De archeoloog kan adviseren dat een opgraving nodig is, een behoud in situ of mogelijks kan hij concluderen dat er geen verdere actie nodig is omdat er geen archeologisch erfgoed aanwezig is, omdat het aanwezige erfgoed onvoldoende kennispotentieel bevat of omdat de werken het aanwezige erfgoed niet zullen schaden.

De archeoloog stuurt de archeologienota ter bekrachtiging naar het agentschap Onroerend Erfgoed dat binnen een termijn van 21 dagen de archeologienota bekrachtigt of weigert. Pas wanneer je in het bezit bent van een bekrachtigde archeologienota kan je je bouw-of verkavelingsaanvraag indienen. De vergunningverlenende overheid neemt de eventuele te respecteren maatregelen m.b.t. het erfgoed zoals beschreven in de archeologienota op in je uiteindelijke vergunning.

Afhankelijk van de maatregelen gespecifieerd in de archeologienota kan een opgraving nodig zijn. Zowel voor het vooronderzoek als voor de eventuele opgravingen draag je als bouwheer de kosten. Occasionele bouwers kunnen voor buitensporige kosten wel een premie aanvragen.