Wie meer wilt doen dan enkel tuinieren, kan van zijn tuin een heuse recreatieruimte maken. Weet wel dat er heel wat regelgeving bestaat over wat wel en wat niet mag gebouwd of aangelegd worden in de tuin.

Sinds eind 2010 is er wel een versoepeling doorgevoerd zodat er niet voor alle “bouwwerken” in de tuin een stedenbouwkundige vergunning aangevraagd moet worden. In sommige gevallen moeten de werken enkel gemeld worden (de meldingsplicht), voor heel wat (beperkte) constructies geldt ook een vrijstelling op de vergunningsplicht. We geven een kort overzicht.

Niet-overdekte constructies

Voor terrassen, zwembaden, siervijvers, opritten, tennisbanen en andere verharde constructies heb je in principe een stedenbouwkundige vergunning nodig maar onder bepaalde voorwaarden ben je hiervan vrijgesteld:

  • De totale oppervlakte van alle niet-overdekte constructies in je tuin mag niet meer dan 80 m² bedragen. Stel je hebt een siervijver met een oppervlakte van 70 m² en je wilt een terras aanleggen van 20 m² dan zal je dus wel een stedenbouwkundige vergunning moeten aanvragen, want de totale oppervlakte van niet-overdekte constructies is in dat geval 90 m² wat dus boven de grens van 80 m² valt.
  • De constructie mag geen bouwvolume hebben.
  • De constructie mag niet hoger dan 1,5 m boven het maaiveld komen, moet 1 m van de perceelsgrens blijven en mag niet meer dan 30 m van de woning staan.

Goed om te weten is dat strikt noodzakelijke toegangen en opritten naar de woning vrijgesteld zijn van vergunning en dus ook niet dienen meegerekend te worden in de berekening van de maximale oppervlakte. Belangrijk detail: een parkeerplaats in de voortuin valt niet onder die uitzondering.

Losstaande gebouwen in de tuin

Hier hebben we het natuurlijk over een tuinhuis, een serre, een schuur, een garage of misschien wel een poolhouse! In principe heb je voor het optrekken van dergelijke bijgebouwen ook een stedenbouwkundige vergunning nodig maar als je aan volgende voorwaarden voldoet, geldt er opnieuw een vrijstelling voor vrijstaande gebouwen in zij- en/of achtertuin:

  • De totale oppervlakte aan bijgebouwen ligt niet hoger dan 40 m². Om te weten of de vrijstelling geldt, moet je dus de oppervlakte van de bestaande bijgebouwen en het nieuw te bouwen bijgebouw bij elkaar tellen.
  • Het bijgebouw mag niet hoger zijn dan 3.5 m, moet in de zijtuin 3 m en in de achtertuin 1 m van de perceelsgrens blijven of tegen een bestaande scheidingsmuur op de perceelsgrens komen; het bijgebouw mag niet meer dan 30 m van de woning opgetrokken worden.

 

Kwetsbare gebieden

Bovenstaande vrijstellingen gelden niet in ruimtelijk kwetsbaar gebied en ook niet in een (deel)bekkenbeheesplan of in een strook van 5m langs de over van een waterloop.

 

Constructies vast aan de woning

Voor constructies die tegen de woning aangebouwd worden zoals een carport, een veranda,… geldt nooit een vrijstelling van de vergunningsplicht. Onder bepaalde voorwaarden wordt de vergunningsplicht wel vervangen door een meldingsplicht:

  • De totale oppervlakte aan aangebouwde bijgebouwen bedraagt maximaal 40 m².
  • Het aangebouwde bijgebouw mag niet hoger zijn dan 4 m.
  • Noch de functie van de woning, noch het aantal woongelegenheden mag veranderen.
  • De aangebouwde bijbouw bevindt zich in de zijtuin minstens 3 m en in de achtertuin minstens 2 m van de perceelsgrens. Je aanbouw mag ook aansluiten op de scheidingsmuur van een aanpalend gebouw met scheidingsmuur op de perceelsgrens op voorwaarde dat je niet dieper bouwt dan het aanpalende gebouw.

Wanneer er constructieve ingrepen aan de bestaande woning gebeuren (bv. het maken van een gat om de veranda met de bestaande woning te verbinden) dan moet een architect betrokken worden bij de opstelling van het meldingsdossier.

 

Vraag vooraf advies

In geval van twijfel ga je best vooraf te rade bij de gemeente om te vermijden dat je achteraf te horen krijgt dat je een bouwovertreding beging. Aangezien gemeenten de bevoegdheid hebben om bovenstaande reglementering lokaal te verstrengen, is aangewezen om vooraf advies in te winnen bij de gemeente.