Tot voor kort was het volgens VLAREMA (Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen) verplicht om bij het slopen of ontmantelen van gebouwen met een bouwvolume groter dan 1000m³ en een functie die geheel of gedeeltelijk niet residentieel was, een sloopinventaris afvalstoffen aan te leggen.

Uitbreiding toepassingsgebied

Sinds 5 juni 2018 werd het toepassingsgebied van die regelgeving uitgebreid en spreekt men niet langer van een sloopinventaris maar van een sloopopvolgingsplan. Er wordt immers niet alleen een inventaris aangelegd van alle afvalstoffen die zullen vrijkomen bij de geplande sloop- en afbraakwerken, ook de verwijderingswijze, het hergebruik- en de recyclagemogelijkheden van deze materialen wordt nu bekeken.

Een sloopopvolgingsplan is vereist bij:

  • sloop-, renovatie- of ontmantelingswerken bij gebouwen waarvoor een omgevingsvergunning vereist is en waarvan het totale bouwvolume groter is dan 1000 m³ voor alle niet-residentiële gebouwen waarop de vergunning betrekking heeft, of groter dan 5000 m³ voor alle in hoofdzaak residentiële gebouwen, met uitzondering van eengezinswoningen, waarop de vergunning betrekking heeft;
  • sloop-, renovatie- of ontmantelingswerken in het kader van infrastructuurwerken waarvoor een omgevingsvergunning vereist is; en onderhoudswerken aan infrastructuur waarvoor een omgevingsvergunning vereist is en waarvan het volume groter is dan 250 m³.

Het toepassingsgebied van het sloopopvolgingsplan is dus een stuk ruimer dan dat van de vroegere sloopinventaris.

Wie en wat?

Het is de aanvrager van de omgevingsvergunning die het sloopopvolgingsplan op basis van een standaardprocedure moet opstellen. Het plan omvat de identificatie van de werf met daaraan gekoppeld een overzicht van alle afvalstoffen die zullen vrijkomen. Per afvalstof worden de volgende gegevens opgenomen:

  1. de benaming;
  2. de bijbehorende EURAL-code;
  3. de vermoedelijke hoeveelheid, uitgedrukt in hoeveelheid of gewicht;
  4. de plaats in het gebouw of infrastructuurwerk waar de afvalstof voorkomt, alsook de verschijningsvorm ervan;
  5. de wijze waarop de afvalstof tijdens de sloop-, renovatie, onderhouds- en ontmantelingswerken selectief zal worden ingezameld, opgeslagen en afgevoerd.

Het sloopopvolgingsplan moet opgenomen worden in het vergunningsaanvraagdossier, maar ook in de aanbestedingsdocumenten, de prijsvraag en de contractuele documenten met bijvoorbeeld aannemers.

De uitvoerder van bouw-, infrastructuur-, sloop-, ontmantelings- en renovatiewerken moet alle kopieën van de identificatieformulieren en alle afgiftebewijzen van de afgevoerde afvalstoffen die verkregen zijn bij selectieve sloop of ontmanteling, voor de oplevering van de sloop- of ontmantelingswerken aan de houder van de omgevingsvergunning bezorgen. Die laatste bewaart vervolgens alle identificatieformulieren en alle afgiftebewijzen voor een periode van vijf jaar.