De Vlaming heeft een baksteen in de maag en met al dat bouwen en verbouwen gebeurt het soms wel eens dat niet alle stedenbouwkundige regels nageleefd worden. Waar vroeger de overheid ook meer de filosofie “wat niet weet, niet deert” aanhing, is de opvolging van stedenbouwkundige misdrijven vandaag een stuk strikter en dat ondervindt de Vlaming in toenemende mate.

Heb je verbouwd en beging je een inbreuk op de stedenbouwkundige regels dan kan dat problematisch worden wanneer je je woning opnieuw wilt verkopen want een vastgestelde inbreuk zal door de notaris aan de koper gemeld worden. Het spreekt voor zich dat dit de verkoopsprijs zal drukken of de verkoop zelfs kan doen afspringen. De koper kan ook als opschortende voorwaarde het bekomen van een regularisatievergunning laten opnemen in de akte.

Uit een onderzoek dat de Vlaamse overheid liet uitvoeren, blijkt dat het aandeel van de meer dan 10 jaar oude, niet herstelde stedenbouwschendingen, het zogenaamde historisch passief, erg hoog is ten opzichte van het totaal aantal gekende stedenbouwschendingen. Soms werden de inbreuken nooit officieel vastgesteld, in andere gevallen werd er wel een PV opgesteld maar werd er nooit een herstelprocedure gevorderd,… In sommige gemeenten maken die oude niet herstelde inbreuken intussen 65% uit van het gekende aantal stedenbouwkundige schendingen uit.

Nieuwe en bestaande oplossingen

Er bestaan nu al oplossingen voor de overheid en voor de burger om dit probleem aan te pakken. De eigenaar van een woning die niet volgens de stedenbouwkundige regels gebouwd werd, kan een regularisatievergunning aanvragen en de overheid kan bij gekende inbreuken een herstelvordering opmaken.

Toch kan het probleem daarmee niet volledig opgelost worden: regularisatie is niet altijd mogelijk omwille van het bestemmingsgebied waarin de woning gelegen is, omwille van de strijdigheid met inrichtingsvoorschriften of nog omwille van de kennelijke schending van de goede ruimtelijke ordening.

Geschat wordt dat 25% van de problemen door een regularisatievergunning opgelost kan worden. In de overige gevallen is in landelijke gebieden vooral de bestemmingsstrijdigheid een probleem, terwijl in stedelijke omgevingen de voorschriften van de stedenbouwkundige verordeningen stokken in de wielen steken. Het leeuwendeel van de inbreuken situeert zich overigens in die stedelijke omgevingen.

De studie toont aan dat een krachtdadig handhavingsbeleid werkt. Wanneer de gemeente een eenvoudig proces-verbaal opstelt dan is dat voor de meeste (ver)bouwers voldoende om zich terug in regel te stellen. Voor zij die hardhoriger zijn, is een herstelvordering in de meeste gevallen afdoend.

Als oplossing voor de vele inbreuken in stedelijk gebied stelt de studie o.a. een bijzondere regularisatievergunning voor. In tegenstelling tot de gewone regularisatievergunning wordt bij de bijzondere regularisatievergunning niet afgetoetst aan de stedenbouwkundige voorschriften maar wordt er wel nagegaan of de inbreuk al lang bestaat (tijdscriterium), of er geen herstelvordering of niet verjaarde herstelveroordeling aanwezig is, of de toestand voldoet aan de principes van goede ruimtelijke ordening en aan het Vlaams stedenbouwrecht. Wanneer de inbreuk aanleiding geeft tot een duidelijke waardevermeerdering voor de eigenaar van de woning dan zou een regularisatie mogelijks gepaard kunnen gaan met een meerwaardevergoeding voor de overheid.

De problematiek en mogelijke oplossingen werden duidelijk geformuleerd in de studie. Op basis van de resultaten zal de problematiek binnenkort in de Vlaamse regering besproken worden. Daaruit moet blijken welke voorstellen het zullen halen.