Vanaf 1 januari 2018 zal je rekening moeten houden met het S-peil: het nieuwe kengetal dat de energieprestatie van de bouwschil van de woning weergeeft. De maximale waarde van het S-peil werd ingesteld op 31. Vanuit sommige hoeken viel te horen dat er met kleinere glasoppervlakken gebouwd zal moeten worden en dat daardoor de ontwerpvrijheid kleiner wordt. Het Verbond van de Glasindustrie, verwijst naar een recente studie “Een glasheldere kijk op kwaliteitsvolle bijna-energieneutrale woningen” uitgevoerd door het VITO en de Université Catholique de Louvain, om dat misverstand onderuit te halen.

Een sterke beglazing zorgt voor kwaliteitsvolle BEN-woningen

Om een BEN-woning goed te ontwerpen is er uiteraard veel aandacht nodig voor de bouwschil. Goed isoleren is dus de boodschap maar ook de keuze van de beglazing is van belang. Is het glasoppervlak te klein dan kan je in de winter maar beperkt gebruik maken van de gratis zonnewarmte. Kamers die onvoldoende glasoppervlak hebben, lijden onder een gebrek aan natuurlijk licht en een beperkte mogelijkheid om te ventileren door het openen van de ramen. Maar hoe zit het dan met oververhitting in de zomer en laat zo’n grote glaspartij wel toe om het vereiste S-peil te halen?

In de studie wordt er voor verschillende varianten van een BEN-rijwoning en een vrijstaande BEN-woning gekeken naar de impact van de keuze van het type glas in functie van de geveloriëntatie alsook naar de impact van de beglazingsoppervlakte.

Een eerste vaststelling is dat de hogere warmtedoorgangscoëfficiënt in vergelijking met de warmtedoorgangscoëfficiënten van ondoorschijnende wanden ruimschoots gecompenseerd wordt door de hogere zonnewinsten. Door het overschakelen van dubbele naar drievoudige HR-beglazing kan je  het energieverbruik voor verwarming nog verder doen dalen.

Om oververhitting in de zomer te voorkomen, kies je wel best voor zonwerende beglazing. In dat verband toont de studie dat bij het verhogen van de glasoppervlakte met meer dan 30% en de overschakeling naar zonwerende beglazing het gemiddeld thermisch comfort voor de bewoners zelfs sterk toeneemt.

De optimale keuze van het type beglazing hangt ook af van de oriëntatie van de gevel. Zo kies je bij een zuid gerichte gevel best voor een hoge zontoetredingsfactor om maximaal te genieten van directe zonnewinsten, terwijl je op de noordgevel meer de klemtoon moet leggen op een lage Ug waarde om maximaal te isoleren.

Minder energieverbruik kan met meer glas en is daarenboven gezonder. De Belgische glasindustrie pleit daarom voor elke woonkamer van nieuwe gebouwen:

  • Voor een netto glasoppervlakte van verticaal geplaatst glas aan de buitenkant van een bewoonde ruimte die minstens 1/6de van de vloeroppervlakte van de ruimte bedraagt.
  • Voor een netto glasoppervlakte van dakbeglazing onder een helling geplaatst die minstens 1/8de van de vloeroppervlakte van de ruimte bedraagt.
  • Voor een netto glasoppervlakte van een combinatie verticaal geplaatst glas en dakbeglazing van een bewoonde ruimte die minstens 1/6de van de vloeroppervlakte bedraagt.

De recentste referentielijst van alle dubbele en drievoudige beglazingen die door de Belgische glassector gecommercialiseerd worden vind je in de brochure “Een glasheldere kijk op de Belgische beglazingen” uitgebracht door het Verbond van de Glasindustrie in november 2017. Je vindt er naast de verschillende merknamen van de beglazingen ook de markering op de afstandshouder en belangrijke eigenschappen zoals de Ug-waarde, de zontoetredingsfactor g en de lichttransmissie LT voor de verschillende samenstellingen.