De Vlaamse Regering heeft onlangs enkele voorstellen tot wijziging van de energieprestatieregelgeving principieel goedgekeurd. De aanpassingen worden nu ter advies voorgelegd aan de Raad van State. Als alles goed loopt, treden de nieuwe regels in voege vanaf 1 januari 2018. Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste aanpassingen.

Aanpassing eis op aandeel hernieuwbare energie

In het huidige regelgevende kader komt een warmtepomp enkel in aanmerking voor het minimumaandeel hernieuwbare energie wanneer ze een SPF (seasonal performance factor) heeft van minimaal 4. Die laatste kwaliteitseis zal na de aanpassingen geschrapt worden. Daardoor krijgt de bouwheer keuze uit meer opties. Ondanks het wegvallen van de kwaliteitseis bij het aandeel hernieuwbare energie blijft het toch nog voordelig voor een bouwheer om te gaan voor een warmtepomp met hogere SPF omdat hierdoor een lager E-peil bereikt kan worden.

Sinds 1 maart 2017 kunnen nieuwbouwwoningen enkel voldoen aan het minimumaandeel hernieuwbare energie wanneer de verschillende hernieuwbare energie-oplossingen samen minstens per jaar 15 kWh/m² bruikbare vloeroppervlakte opwekken. Die hoge productie-eis zorgt ervoor dat het nagenoeg onmogelijk is om enkel met een zonneboiler te voldoen aan het minimumaandeel hernieuwbare energie. Daardoor is de verkoop van zonneboilers voor nieuwbouwwoningen zo goed als stilgevallen. Een ander probleem met die hoge productie-eis stelt zich bij woningen met een zeer lage energievraag, met name lager dan 15kWh/m². Zelfs als je warmtepomp of biomassaketel in dat geval volledig aan de energievraag voldoet zou ze niet kunnen meetellen voor het minimumaandeel hernieuwbare energie. Wanneer je jaarlijks minder dan 15kWh/m² hernieuwbare energie produceert zal je toch kunnen voldoen aan de eis op aandeel hernieuwbare energie wanneer de opgewekte hernieuwbare energie volstaat om de vraag voor ruimteverwarming te dekken. De productie-eisen voor hernieuwbare energie voor ingrijpende energetische renovatie en voor het geval van niet-residentiële gebouwen worden op gelijkaardige manier aangepast.

 

Technische aanpassingen aan de EPB-rekenmethodiek

Het wijzigingsbesluit bevat ook heel wat technische aanpassingen aan de EPB-berekeningsmethoden. We zetten enkele van de voornaamste aanpassingen op een rijtje:

  • De berekeningsmethode voor het opwekkingsrendement van centrale verwarmingssystemen zal gebaseerd worden op gegevens die verplicht zijn voor de Europese Ecodesign verordening. Daardoor moeten fabrikanten voor de Vlaamse markt niet langer specifieke producttesten laten uitvoeren.
  • De berekening van de opbrengst voor zonneboilers wordt aangepast zodat combi-systemen beter in rekening gebracht kunnen worden. Wanneer de fabrikant voldoende gegevens m.b.t. collectoreigenschappen, voorraadvat, pompen,… ter beschikking stelt kunnen systemen correcter in rekening gebracht worden. Zijn die gegevens niet beschikbaar dan kan men net als vroeger terugvallen op een vereenvoudigde berekening.
  • Bij het inrekenen van zonnepanelen is de methodiek verfijnd en zal er rekening gehouden worden met de technologie (mono- of polykristallijn vs dunne film), het type omvormer (al dan niet met galvanische scheiding) en de manier waarop de panelen zijn geïntegreerd in de scheidingsconstructie (inbouw versus opbouw).

 

Erkenningsregeling voor organisatoren van kwaliteitskaders

De Vlaamse Overheid en de betrokken stakeholders zijn er van overtuigd dat het met betrekking tot luchtdichtheidseisen en kwaliteitseisen voor ventilatievoorzieningen, van belang is om het kwaliteitsniveau te bewaken. Om zeker te zijn dat er tussen de verschillende organisatoren van dergelijke kwaliteitskaders geen al te grote verschillen optreden –met mogelijke mistoestanden als gevolg- wil de Vlaamse Overheid voor die organisatoren volgende eisen opleggen:

  • minstens 10% controles ter plaatse,
  • minstens 10% desktopcontroles,
  • beschikbaarheid van een databank met de conformiteitsverklaringen,
  • onpartijdigheid van de kwaliteitsorganisatie en van de controleurs,
  • de kwaliteitsorganisatie moet beschikken over een accreditatie volgens ISO 17065 (certificatie van producten of diensten) in bouwgerelateerde domeinen.